Weekend

Het is ein-de-lijk weekend! Dat is misschien een rare uitspraak als je nagaat dat 2/7 van elke week uit weekend bestaat, maar toch is het nu voor het eerst sinds lange tijd pas écht weekend. Sinds 19 augustus zijn mijn weekenden namelijk vooral voor me geleefd. Eerst in het weekend van de 19e afreizen naar Trondheim, het weekend daarop m’n vriendin op bezoek en de twee weekenden daarna in Nederland. Geen van die weekenden waren overigens op welke manier dan ook vervelend. Maar het waren wel weekenden met nauwelijks nog ruimte om spontaan zelf iets te gaan doen. De afgelopen twee keer was dat gelukkig anders. Zo heb ik eindelijk weer eens tijd gehad om een trainingsrondje te maken op de fiets, en ben ik voor het eerst met een van de veerponten geweest die Stavanger en de omliggende eilandjes met elkaar verbinden. Dat zijn trouwens niet zomaar bootjes. De beste omschrijving van de express-veerponten die Stavanger en de eilanden met elkaar verbinden is denk ik nog wel een overmaatse jetski. Ze gaan dan ook behoorlijk hard, maar dat was op het dek in het zonnetje met de wind in de haren absoluut geen straf.

Bybrua ("de stadsbrug") vanaf de veerpont
Bybrua (“de stadsbrug”) vanaf de veerpont

Het was wel een groot contrast met afgelopen zaterdag, toen er voor het eerst de kans was om het ijs op de schaatsbaan van Stavanger te testen. Voordat ik dat kon doen had ik echter eerst nog een paar handschoenen nodig, die ik gelukkig bij de schaatswinkel op de baan kon halen. En wat blijkt, de eigenaar van die winkel is een Nederlander! Dus na daar eerst een gezellig praatje mee te hebben gemaakt, kon ik goed beslagen ten ijs komen. Het contrast tussen het weer buiten (net als de week ervoor ca. 17 graden en zonnig) en de temperatuur in de hal was groot. Maar het zorgde ook voor een prachtige ijsvloer. Toen ik rond 4 uur ’s middags namelijk op het ijs stapte, zag het eruit alsof het net gedweild was. Na een paar rondjes te hebben gereden zag ik echter het bord naast de baan staan waarop de eerstvolgende (of in dit geval de laatste) dweilpauze stond aangegeven. Die was om tien voor drie al geweest, dus het ijs dat ik er als nieuw uit vond zien, was al ruim een uur oud. Verder was het ook niet erg druk op de baan, naast mijzelf en de vermoedelijke baanselectie was er maar een handvol mensen op de 400m-baan te vinden. En dat nota bene in het openingsweekend! Het betekende echter ook dat er meer dan voldoende ruimte was om weer wat “ijs-gevoel” op te doen.

Het was niet alleen maar mooi weer...
Het was niet alleen maar mooi weer…

Verder is mijn taalcursus nu ook begonnen, en was het afgelopen zondag weer tijd voor een nieuwe Magic-set (met de daarbij behorende dag kaartjes spelen). Ook op het werkt begint het ritme terug te keren, iedereen is terug van vakantie en er kunnen daadwerkelijk weer dingen gedaan en besproken worden. Als ik niet beter zou weten, zou ik bijna zeggen dat ik “weer thuis ben”. Maar ik weet, na begin september ruim een week in Nederland te zijn geweest, wél beter. Want ondanks de drukte en hectiek heb ik tot drie keer toe met mijn (oude) wielrengroepje en trainer mee kunnen doen, en heb ik mijn vrienden, net als mijn moeder en broertje, meerdere keren kunnen zien. Toch was het, ondanks de stroopwafels, de verse rosbief, de friet en berehappen, de trams, de treinen, de appie en de vomar, en vooral ook al die mensen, niet hetzelfde thuis als dat wat ik een half jaar geleden achter heb gelaten. En het gekke is, dat heeft niets met de plek te maken, of de mensen, of al die andere dingen die ik hierboven heb genoemd. De enige reden dat het niet meer hetzelfde thuis is als een half jaar geleden, is omdat ik zelf veranderd ben. Omdat de plek waar ik ben opgegroeid en de plek waar ik woon en leef niet meer hetzelfde zijn. Omdat waar ik ben opgegroeid altijd thuis zal blijven, terwijl de plek waar ik woon, werk en leef inmiddels ook een thuis is geworden. Middenin die ontzettend drukke week in Nederland betrapte ik mezelf namelijk op de gedachte dat ik er ook erg naar uitkeek om “gewoon weer thuis te zijn” (in Stavanger). Niet omdat het niet fijn was om weer terug in Nederland te zijn, maar simpelweg omdat mijn leven zich niet meer primair in Amsterdam afspeelt. In combinatie met alle dingen die ik zelf wilde doen, de mensen die ik zo graag weer wilde zien, de dingen die ik weer wilde proeven en de plekken die ik nog eens gedag wilde zeggen, was het daarom een hele leuke week, maar meer een vakantie dan thuiskomen.

Dreigende luchten boven de oude haven van Stavanger
Dreigende luchten boven de oude haven van Stavanger

De enige oplossing die ik daar zelf voor kan verzinnen, en die ik toen ik eerder een half jaar in Kopenhagen heb gestudeerd (zie ook erikcph.wordpress.com) al eens heb overwogen, is om zonder iemand iets te laten weten “stiekem” terug te komen naar Amsterdam. Want als niemand het weet, stel je ook niemand teleur. Dan ben je vrij om te doen wat je wilt, om mensen de stuipen op het lijf te jagen door ze onverwachts wel op te zoeken en om in alle rust door Amsterdam te slenteren. Om vanaf de NDSM-werf ’s avonds in het donker te staren naar de lichtjes van het Centraal Station en de binnenstad in de verte. Om alle plekken in en rondom Amsterdam die gedurende de afgelopen 25 jaar om welke reden dan ook belangrijk zijn geworden in alle rust te kunnen bezoeken. Om me er weer bewust van te zijn wat het betekend heeft om daar 25 jaar lang, vanaf mijn geboorte, opgegroeid te zijn. Om letterlijk stil te kunnen staan bij al die plekken die me gemaakt hebben tot wie ik ben. Wellicht klinkt dat droevig, en misschien is het dat ook wel. Stilstaan bij datgene wat er niet meer is, is op een bepaalde manier altijd droevig. Maar het is ook mooi, en ik geloof dat het goed is om niet te vergeten waar je vandaan komt. Dus misschien, heel misschien, kom ik nog wel eens terug naar mijn Amsterdam, naar mijn geboortestad, zonder dat iemand dat weet. Niet omdat de mensen die ik daar ken me niets waard zijn, of omdat ik ze niet meer wil zien. Maar om niet de druk en stress te hebben om iedereen in één week te moeten zien, en daardoor nauwelijks tijd voor mezelf over te houden.

Paradijs, op maar een half uurtje fietsen van Stavanger
Paradijs, op maar een half uurtje fietsen van Stavanger

Ondanks dat wil ik iedereen die ik van 2 t/m 11 september heb gezien laten weten dat ik er wel degelijk ontzettend van genoten heb om me ondanks mijn lange afwezigheid toch overal zo welkom te kunnen voelen. Ik geloof niet dat zoiets vanzelfsprekend is, en ben dan ook blij dat ik in Amsterdam zoveel mensen heb leren kennen waarbij dat alsnog wel het geval is. Dus bedankt allemaal, voor een ontzettend mooie week!

Het laatste licht
Het laatste licht
Erik Geschreven door:

Schaatser, wielrenner, fotograaf, PhD-student, webontwikkelaar en Python-ontwikkelaar, stammend uit het mooie jaar 1991.

2 Comments

  1. Carla
    28 september 2017
    Reply

    Thuis is volgens mij een nogal flexibel begrip. Ik merk dat het in de loop van het leven een wisselende betekenis heeft. Het belangrijkste is dat je ergens een thuis hebt.
    Heerlijk dat je een weekend had om zelf over te beschikken. Nu de zomer afloopt zal dat wel vaker voorkomen. Kun je fijn schaatsen!

  2. Kees de Vrij
    2 oktober 2017
    Reply

    Erik, het is mooi als er altijd ergens een thuis voor je is, het maakt niet uit waar…
    Man, wat zou ik genieten van zo’n ijsbaantje. Ben jaloers. En die wolkenformaties op je foto’s zijn ook fenomenaal. Gelukkig hebben we daarover dit jaar in Amsterdam en omstreken ook niet te klagen.
    Vanaf nu hou ik er dus rekening mee dat de Erik die plotseling voor m’n neus staat geen geest is maar gewoon de echte. Altijd welkom!

Laat een reactie achter op Carla Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *