Van thuis, naar huis

De blogpost hieronder is al geschreven op 28-06, een dag na mijn terugreis van Amsterdam naar Stavanger, en na een week in Milaan te zijn geweest.

De titel van deze blogpost refereert aan een combinatie van zeer specifieke ervaringen die ik tijdens mijn reis naar en van Milaan heb meegemaakt. Zonder dat het me eerder ooit is opgevallen, zeggen de stewardessen van KLM bij aankomst op Schiphol namelijk altijd “Als dit uw eindbestemming is, welkom thuis. Als u nog doorreist wensen wij u een goede voortzetting van uw reis.” De algemene strekking van deze boodschap heb ik de afgelopen week een aantal keer mogen horen, omdat ik zowel van Stavanger naar Milaan als op de terugreis over moest stappen op Schiphol. En dat zette me aan het denken, over de woorden “huis” en “thuis”. Gisteren, eenmaal onderweg terug naar Stavanger, drong de volle betekenis van die twee woorden in mijn specifieke context opeens door. Ik was onderweg van thuis, naar huis (of van thuis, naar thuis). Die specifieke realisatie heb ik de afgelopen drie maanden nog niet gehad. Daarnaast heb ik, ondanks dat ik aan die vraag ook in eerdere blogposts al aandacht heb besteed, nooit zo duidelijk de realisatie gehad dat er uiteindelijk geen antwoord is op de vraag wat (op dit moment) thuis is. Zowel Amsterdam als Stavanger zijn thuis. Hier (in Stavanger) ken ik mensen, heb ik m’n werk en m’n dagelijkse bezigheden. Ik ken de weg op m’n duimpje, en kan je zo een dozijn mooie plekjes in de omgeving laten zien die verder bijna niemand kent. Dat is thuis, zonder twijfel. Maar Amsterdam is de plek waar ik geboren en getogen ben, waar ik ben opgegroeid en 25(!) jaar lang heb gewoond. Waar ik mijn beste vrienden heb leren kennen, waar ik de weg met m’n ogen dicht nog op m’n duimpje zou weten, waar ik op de basisschool, de middelbare school en de universiteit heb gezeten. Het is ook de plek waar ik een trainer heb leren kennen die me niet alleen ontzettend veel heeft geleerd over schaatsen en het plezier dat je daaraan kan beleven, maar die me ook kennis heeft laten maken met de schoonheid en vrijheid van wielrennen. Tot slot is Amsterdam de plek geweest waar ik mijn “storm” (zie “De storm”, 12 juni 2017) voor het eerst heb ontmoet. Op de schaats, nota bene. Kortom, Amsterdam is de plek die me, op alle mogelijke manieren, gemaakt heeft tot wie ik ben. Stavanger, daarentegen, is de plek waar ik woon, werk, en op alle mogelijke manieren leef. Beide zijn thuis, en op dit moment zou ik niet kunnen kiezen tussen Amsterdam en Stavanger.

Bijna op Schiphol...
Bijna op Schiphol…

Gelukkig ben ik een promotiestudent die de luxe heeft om tot op zekere hoogte die keuze nog niet te hoeven maken. Met dagelijks meerdere directe vluchten tussen Stavanger en Amsterdam, een plek om voor korte of langere tijd in Amsterdam te verblijven en een inkomen dat het mogelijk maakt om met enige regelmaat vliegtickets te kunnen boeken is Amsterdam vanuit Stavanger eigenlijk altijd binnen handbereik. Combineer dat met een baan die ik, zolang er een werkende internetverbinding is, overal kan uitvoeren (en een werkgever die daar geen probleem van maakt), en de vraag welke plek nou (meer) “thuis” is, hoeft helemaal niet beantwoord te worden. Die combinatie van realisaties heeft er uiteindelijk toe geleid dat ik van plan ben om regelmatiger in Amsterdam te zijn dan tot nu toe het geval is geweest. Het streven om regelmatiger in Amsterdam te zijn dan nu het geval is, is ook niet heel moeilijk na te leven. Want tot nu toe ben ik eigenlijk ook maar 1 nacht in Amsterdam geweest sinds ik naar Stavanger ben vertrokken, 3 maanden geleden. Helaas is het streven alleen niet genoeg, en door alle andere plannen zal ik nog steeds begin september pas voor het eerst weer een week in Amsterdam zijn. Maar Amsterdam, en vooral de mensen die ik daar ken zijn waardevol, te waardevol om ze maar eens in de 3 á 4 maanden te zien. Sterker nog, tegen de tijd dat ik in september in Amsterdam ben, zit er al een half jaar in Stavanger op, en dat is simpelweg te lang. Daar moet trouwens wel bij vermeld worden dat die drie maanden nu, en een half jaar in september, die ik vrijwel volledig in Stavanger heb doorgebracht me er ook toe in staat hebben gesteld om van Stavanger een “thuis” te maken. Dus ik denk niet dat het slecht is dat ik dit half jaar zo weinig in Amsterdam ben geweest. Maar uiteindelijk zijn Amsterdam en de mensen die ik daar ken me simpelweg te dierbaar om alleen maar met zulke lange tussenpozen te zien.

Het bovenstaande moet trouwens absoluut niet geïnterpreteerd worden als heimwee. Daar heb ik namelijk tot op heden eigenlijk in het geheel geen last van gehad. En ondanks dat het terug zijn in Amsterdam afgelopen maandag/dinsdag best confronterend was, heb ik ook nu geen heimwee. Omdat ik daar in het verleden wel veel last van heb gehad, is dat misschien ook juist wel de reden dat ik in eerste instantie niet al te vaak terug wilde gaan naar Amsterdam, omdat ik niet wil dat heimwee de reden zou zijn om regelmatig terug te komen naar Amsterdam. Na die eerste paar maanden in Stavanger ben ik er nu echter een stuk zekerder van dat heimwee niet de reden is om terug te gaan, maar simpelweg om het contact met die plek, en de mensen die ik daar ken niet te verliezen.

Erik Geschreven door:

Schaatser, wielrenner, fotograaf, PhD-student, webontwikkelaar en Python-ontwikkelaar, stammend uit het mooie jaar 1991.

één reactie

  1. carla
    27 juli 2017
    Reply

    mooi stuk met mooie, heldere overwegingen. Blijkbaar ben je goed in balans.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *