De volgende halte

De eerste maand zit erop, nog minimaal 35 te gaan. Dat is gelukkig geen straf, eigenlijk gaat het zelfs steeds beter. Na een maand is het bijvoorbeeld eindelijk gelukt om me te registreren bij het bevolkingsregister, waardoor ik nu een bankrekening kan gaan openen. Ook heb ik me inmiddels aangemeld bij een fietsclub in Stavanger, waar ik binnenkort eindelijk voor het eerst aan een training mee ga doen. Daarnaast ben ik afgelopen week een paar dagen naar Oslo geweest voor een workshop over het publiceren van wetenschappelijk onderzoek. Daar heb ik onder andere afgesproken met een vriendin die ik tijdens mijn Erasmus-uitwisseling in Kopenhagen in 2013 heb leren kennen, en de afgelopen drie jaar niet heb gezien. Uiteraard heb ik ook veel van de stad gezien, zoals het opera-gebouw hieronder, het beeldenpark op Ekeberg en natuurlijk het OV-museum.

Donkere wolken pakken zich samen boven Operaen, Oslo
Donkere wolken pakken zich samen boven Operaen, Oslo

Terwijl het in Oslo al lente was, lag in Stavanger op de ochtend van 25 april een aardig aantal centimeters sneeuw, iets dat volgens mijn collega’s op de universiteit wel uitzonderlijk was. De dagen daarvoor was het weer ook nogal wisselvallig. En dat is niet echt praktisch bij het maken van timelapse-opnames. Zo stond ik twee weken geleden op de toren van Ullandhaug, waar ik in de stralende zon begon met opnemen. Een uur later vertrok ik echter in de sneeuw/hagel. Iets vergelijkbaars gebeurde me precies een week later, ditmaal op een rotsstrandje op Hundvåg, een van de eilandjes bij Stavanger. Het waaide die dag nogal hard, maar het was wel vrij zonnig. Als je dan tegen de wind in opnames van de zonsondergang probeert te maken, krijg je door de branding heel veel minuscule druppeltjes op je lens. In combinatie met een halve bui en een berg stapelwolken die het uitzicht op de zon hoe dan ook gingen ontnemen, was het wederom geen groot succes. Wel hieronder nog de beelden; zo ziet een miskleun eruit. Let vooral op de druppels op de lens aan het einde van de opname, en de wolken die vanaf rechts het beeld in komen drijven.

Een mislukte timelapse, vooral vanwege de lengte
Een mislukte timelapse, vooral vanwege de lengte

Met de rust, die nu langzamerhand een beetje terug begint te keren, komt ook steeds meer de mogelijkheid om me te verwonderen en verbazen over de plek en wereld waarin ik ben beland. Zo is een deel van deze blogpost geschreven op het vliegveld van Oslo, waar ik dus naartoe was voor een workshop over het publiceren van onderzoek in wetenschappelijke tijdschriften. Een zeer interessante workshop, overigens. Maar het voelt nog steeds gek om “even” voor een paar dagen naar Oslo te vliegen. De eerste keer dat ik vloog was met mijn klas op de middelbare school, naar Rome. Ik weet nog goed dat ik toen dacht dat vliegen altijd iets bijzonders zou blijven, en dat ik het nooit met regelmaat zou gaan doen. Bijzonder zijn de uitzichten vanuit een vliegtuig op de wereld nog steeds. Maar het wordt moeilijk vol te houden dat ik niet regelmatig vlieg. En met die regelmaat verdwijnt, ondanks het uitzicht op de wereld, toch ook een deel van de magie. Vroeger ging ik met mijn ouders speciaal naar Schiphol om vanaf het panoramaterras vliegtuigen te bekijken. Inmiddels ben ik blij als ik weer thuis ben. En dat is toch jammer, want hoe gewoon vliegen ook lijkt, het is als je er over nadenkt toch iets wonderlijks.

Winter in Stavanger...
Winter in Stavanger…
Maar lente in Oslo!
Maar lente in Oslo!

Dat geldt niet alleen voor vliegen, maar ook voor reizen in het algemeen. Ik kon weken van tevoren al uitkijken naar een reis, en nachten wakker liggen, fantaserend over de komende avonturen. Inmiddels zou ik misschien nog wel een nacht zo wakker willen liggen, maar kan het simpelweg niet, omdat er gewoon gewerkt moet worden. Hetzelfde geldt voor heimwee, waar ik als kind in vrij extreme mate last van had. Nu is het niet zo dat ik Nederland en de mensen daar nu niet mis, maar missen en heimwee zijn twee totaal verschillende dingen. Maar van kind met heimwee naar promotiestudent die voor zijn plezier 3 jaar naar het buitenland vertrekt… Niets veranderlijker dan een mens, zullen we maar zeggen.

Huis op Ekeberg
Huis op Ekeberg

Naast alle overpeinzingen over reizen, realiseerde ik me vorige week nog iets anders. Namelijk dat de sfeer op de universiteit hier in Stavanger zo totaal anders is dan de sfeer op de Universiteit van Amsterdam. Sommigen van jullie weten wellicht dat ik een half jaar lang parttime onderzoek heb gedaan aan de UvA, en daarbij samen met circa negen andere promotiestudenten op een kamer heb gezeten. Hier in Stavanger deel ik mijn kamer echter met maar één andere promotiestudent, die na komende week ook nog eens met zwangerschapsverlof gaat. In het begin zag ik er erg tegenop om mijn kamer maar met één persoon te delen. Ik ben namelijk niet iemand die snel sociale contacten opzoekt (ondanks dat ze wel nodig zijn). Met maar één ander persoon op de kamer zitten leek dan ook een risico. Na een maand denk ik echter wel voorzichtig de conclusie te kunnen trekken dat niets minder waar is. In Amsterdam zat namelijk een hechte groep op de kamer, waardoor het voor mij als licht sociaal gehandicapt persoon erg moeilijk was om ertussen te komen. Dat is totaal anders in Stavanger, want omdat iedereen hier zijn kamer met maximaal één ander persoon deelt, zijn er niet zulke hechte groepen. Het is dan ook een stuk makkelijker om hier tijdens de lunch een gesprek met iemand aan te knopen. Dat heeft echter niets te maken met de mensen, de promotiestudenten op de UvA waren niet sympathieker of minder sympathiek dan de mensen op de afdeling hier in Stavanger. Hetzelfde geldt voor de sfeer, die op de UvA vaker gestresst was dan hier. Dat kan ook bijna niet anders wanneer je met negen anderen op een kamer zit, je deelt immers ook in de stress van die negen. Dat zorgt uiteindelijk voor een veel onrustigere sfeer dan wanneer je niet met z’n allen op één kamer zit. En wederom heeft dat niets met de mensen te maken, want hier in Stavanger stressen mensen ook genoeg. Het stomme aan deze inzichten is dat je ze pas krijgt op het moment dat het anders georganiseerd is. Was ik niet naar Stavanger gegaan, dan was ik er nooit achter gekomen wat voor invloed iets simpels als de kamer-indeling heeft op de mogelijkheden om sociaal contact met mensen te leggen.

Voor iedereen die het tot hier heeft gehaald, en op zoek is naar meer, heb ik nog een suggestie. Afgelopen week heb ik op Refract Photography een blogpost geplaatst over de link tussen communicatiewetenschap en fotografie, die hier te vinden is.

Metrorijtuig in het OV-museum van Oslo
Metrorijtuig in het OV-museum van Oslo
Erik Geschreven door:

Schaatser, wielrenner, fotograaf, PhD-student, webontwikkelaar en Python-ontwikkelaar, stammend uit het mooie jaar 1991.

één reactie

  1. mam
    2 mei 2017
    Reply

    Hoi Erik, fijn om te zien dat het steeds beter gaat daar in Stavanger! Ik kan me inderdaad nog wel herinneren dat je als kind heimwee had en we je midden in de nacht met de auto van opa moesten ophalen van vakantiekamp. Gelukkig gaat dat nu veel beter. Vliegtuigen kijken op Schiphol weet ik ook nog wel, feest vond je dat! Jammer van de timelapse, maar je hebt nog genoeg tijd om andere te maken.
    Fijn dat je je hebt kunnen aansluiten bij een fietsclub, dan kun je ook weer meer contacten leggen met gelijkgestemden. Alles bij elkaar krijgt je leven daar steeds meer vorm. Nog een paar dagen en dan kan ik alles daar met eigen ogen komen bekijken. Tot gauw!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *